Er is een verschil met vorig jaar. Olaf is veranderd. Of mijn verhouding tot Olaf is veranderd. Ik weet niet precies waar het 'm in zit. Vorig jaar was ik nog gewoon de vader en hij het kind. Nu zijn we wat meer elkaars gelijken geworden. Dat geldt inmiddels al bijna in letterlijke zin; hij komt immers al tot mijn neus, en hij zal me binnenkort wel voorbij gaan. Maar het geldt ook in figuurlijke zin, en daar gaat het me nu om. In het zwembad is hij nu degene die mij een trucje leert met de waterpolobal. Ik zie aan zijn ogen en ik hoor aan zijn opgewonden stem dat hij het leuk vindt dat ik naar hem luister, en hem probeer na te doen. Hij roept 'Goed zo, papa!' als ik de bal uit het water op laat springen en hard weggooi.
Bij het lummelen probeer ik te voorkomen dat hij de bal te pakken krijgt. Hij hangt op mijn schouders en duwt me zonder moeite volledig onder water. Hij wil me laten zien dat hij op een sport zit waar wat van je gevraagd wordt, en waar je wat moet kunnen incasseren. 'Mag dat allemaal bij waterpolo?', roep ik quasi verontwaardigd. Dan grijnst hij een beetje.
Maar op andere momenten kan hij ook geïrriteerd doen, of plotseling boos worden. Soms heeft hij daar ook best reden voor, en kan ik zijn reactie eigenlijk wel begrijpen. Ook een teken dat we meer gelijkwaardig worden.
Gelukkig komt hij nog steeds af en toe op me af om even een knuffel te geven en zijn hoofd tegen mijn schouder te leggen. Ik hoop dat hij op dat punt nooit zal veranderen.